11 MEI 2007. - Decreet houdende het statuut van de sportschutter

Belgisch Staatsblad 8 juni 2007

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK II. - Beoefenen van het sportschieten en gebruik van de wapens.
HOOFDSTUK III. - Sportschieten met vergunningsplichtige wapens.

HOOFDSTUK IV. - Toezicht en controle.
HOOFDSTUK V. - Overgangs- en slotbepalingen.


HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder :
1° wapenwetgeving : de federale regelgeving betreffende wapens;
2° wapenwet : de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens;
3° vergunningsplichtige wapens : de wapens die door of krachtens de wapenwet ingedeeld zijn bij de vergunningsplichtige wapens;
4° schietstand : een schietstand die toegestaan is overeenkomstig de wapenwetgeving;
[5° sportschieten: het beoefenen van de schietdisciplines die worden aangeboden door de internationale schietsportfederatie die erkend is door het Internationaal Olympisch Comité, of door de schietsportfederaties, met uitzondering van het buksschieten;]
6° schietsportfederatie : een Vlaamse sportfederatie of organisatie die erkend is op basis van het decreet van 13 juli 2001 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding die het sportschieten aanbieden of een organisatie voor volkscultuur die erkend is op basis van het decreet van 27 oktober 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur die het sportschieten met vergunningsplichtige wapens aanbieden [of een organisatie, gesubsidieerd op basis van artikel 26 van het decreet van 23 mei 2008 houdende de ontwikkeling, de organisatie en de subsidiëring van het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid;]
7° schuttersvereniging : een vereniging of sportclub waar de sportschutter het sportschieten beoefent, en die aangesloten is bij een schietsportfederatie;
8° sportschutter : de natuurlijke persoon die via een schuttersvereniging lid is van een schietsportfederatie;
9° sportschutterslicentie : een document, dat namens de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt is door een daartoe door de Vlaamse Regering gemachtigde schietsportfederatie conform de bepalingen van dit decreet en dat het recht verleent om de schietsport te beoefenen met vergunningsplichtige wapens die behoren tot de erop vermelde wapencategorieën;
10° schietbeurt : het actief beoefenen van het sportschieten met vergunningsplichtige wapens in een schietstand zoals blijkt uit de registers van de schietstand die worden bijgehouden overeenkomstig de wapenwetgeving. De schietbeurt wordt georganiseerd door een schuttersvereniging;
11° sportschuttersboekje : het boekje dat de schietsportfederatie aan haar leden uitreikt, waarin de schietbeurten van de sportschutter worden genoteerd;
12° actief lid : de sportschutter die minimaal zes maanden lid is van een schietsportfederatie en die via zijn sportschuttersboekje kan aantonen aan minimaal twaalf schietbeurten per jaar, gespreid over minstens twaalf dagen en over minstens twee trimesters, te hebben deelgenomen;
13° Vlaamse Trainersschool, afgekort VTS : het samenwerkingsverband tussen het BLOSO, de topsportmanager, de universitaire opleidingsinstituten Lichamelijke Opvoeding, de Vlaamse hogescholen Lichamelijke Opvoeding en de erkende Vlaamse sportfederaties, dat sportkaderopleidingen organiseert in Vlaanderen.
5° gewijzigd door art. 2 decreet van [datum afkondiging]houdende wijziging van het decreet van 11 mei 2007 houdende het statuut van de sportschutter, wat het toepassingsgebied betreft, B.S., [datum publicatie], wijziging met retro actief effect in werking getreden op 28 juni 2008
6° in werking getreden op 4 augustus 2008


HOOFDSTUK II. - Beoefenen van het sportschieten en gebruik van de wapens.

Art. 3. Het sportschieten wordt beoefend door gebruik te maken van de wapens en de erbij horende munitie in de verschillende schietdisciplines op de wijze bepaald in de wapenwetgeving en in dit decreet. Sportschieten kan enkel in de schietstand beoefend worden.

De Vlaamse Regering kan, op voordracht van de schietsportfederaties, een lijst opstellen van de toegestane schietdisciplines.

Art. 4. De sportschutter bewaart de wapens en de munitie gescheiden en in een afgesloten kast of in een afgesloten ruimte. Wapens en munitie moeten buiten het bereik van kinderen en onbevoegden worden bewaard.

Art. 5. Minderjarige sportschutters kunnen het sportschieten beoefenen :
1° met een schriftelijke toestemming van hun ouders of van hun wettige vertegenwoordigers;
2° onder het toezicht en de begeleiding van een door de schietsportfederatie aangestelde lesgever. De lesgever is meerderjarig en is houder van een sportschutterslicentie voor de betreffende wapencategorie. Voor de olympische disciplines moet de lesgever bovendien minstens over een diploma van initiator schieten in de betreffende schietdiscipline beschikken, uitgereikt of erkend door de VTS.


HOOFDSTUK III. - Sportschieten met vergunningsplichtige wapens.


Afdeling 1. - Indeling van de vergunningsplichtige wapens.

Art. 6. De vergunningsplichtige wapens worden voor de toepassing van dit decreet ingedeeld in de volgende wapencategorieën :
1° Categorie A : revolvers;
2° Categorie B : pistolen;
3° Categorie C : schoudervuurwapens met gladde loop;
4° Categorie D : schoudervuurwapens met getrokken loop;
5° Categorie E : zwartkruitwapens.


Afdeling 2. - Algemene bepalingen.

Art. 7. Sportschieten met vergunningsplichtige wapens kan pas vanaf de leeftijd van zestien jaar.

Art. 8. § 1. Sportschieten met een vergunningsplichtig wapen is alleen toegestaan als iemand houder is van een van de volgende documenten :
1° een overeenkomstig dit decreet geldige sportschutterslicentie of voorlopige sportschutterslicentie;
2° een gelijkwaardig document dat uitgereikt is door of namens de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap;
3° een geldige Europese vuurwapenpas die uitgereikt is in een andere lidstaat van de Europese Unie.

§ 2. In het geval van occasioneel sportschieten in het kader van een internationale wedstrijd die erkend is door de internationale schietsportfederatie waarbij de organiserende schietsportfederatie is aangesloten, moeten de deelnemers die geen verblijfplaats hebben in België en die geen houder zijn van een document zoals bepaald in § 1, 1° of 2°, in het bezit zijn van een uitnodiging van de organiserende schuttersvereniging of schietsportfederatie en indien het EU-burgers betreft, van hun geldige Europese vuurwapenpas.


Afdeling 3. - De sportschutterslicentie.

Art. 9. § 1. De sportschutterslicentie wordt verleend door een door de Vlaamse Regering gemachtigde schietsportfederatie.

De sportschutterslicentie is geldig voor de wapencategorieën die ze vermeldt.

§ 2. De sportschutterslicentie wordt verleend aan de sportschutter die voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° de volle leeftijd van zestien jaar bereikt hebben;
2° de toestemming hebben van de ouders of de wettelijke vertegenwoordigers indien de sportschutter minderjarig is;
3° actief lid zijn van een schietsportfederatie;
4° niet veroordeeld zijn als dader of als medeplichtige wegens een van de misdrijven waardoor overeenkomstig de wapenwet aan de betrokkene geen vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen zou kunnen worden uitgereikt;
5° niet het voorwerp zijn van een lopende schorsing en niet het voorwerp geweest zijn van een intrekking met nog actuele redenen, van een sportschutterslicentie of een voorlopige sportschutterslicentie;
6° een medisch attest kunnen voorleggen dat bevestigt dat de sportschutter in staat is een wapen te manipuleren zonder gevaar voor zichzelf of voor anderen;
7° slagen voor een theoretische proef betreffende de kennis van de toepasselijke regelgeving, waarvan de voorwaarden worden bepaald door de Vlaamse Regering. De theoretische proef wordt afgelegd per wapencategorie. Bij hernieuwing van de sportschutterslicentie moet de theoretische proef alleen opnieuw afgelegd worden bij substantiële wijziging van de regelgeving;
8° slagen voor een praktische proef betreffende het veilig hanteren van een wapen, waarvan de voorwaarden worden bepaald door de Vlaamse Regering. De praktische proef wordt afgelegd per wapencategorie.

§ 3. Van de theoretische en de praktische proef voor een bepaalde wapencategorie, vermeld in § 2, 7° en 8°, zijn de sportschutters vrijgesteld, die overeenkomstig de wapenwet houder zijn van een geldige vergunning voor het voorhanden hebben van een wapen, behorend tot dezelfde wapencategorie.

§ 4. Een voorlopige sportschutterslicentie wordt verleend voor de duur van twaalf maanden aan sportschutters die voldoen aan alle voorwaarden als vermeld in § 2, 1°, 2°, 4°, 5°, 6°.

Deze voorlopige sportschutterslicentie wordt verleend voor een bepaalde wapencategorie.

De voorlopige sportschutterslicentie heeft tot doel de sportschutter zich te laten voorbereiden op de proeven voor het verkrijgen van de sportschutterslicentie voor een bepaalde wapencategorie. Indien de sportschutter niet slaagt voor de theoretische of de praktische proef, kan hij een nieuwe voorlopige sportschutterslicentie aanvragen.

De houder van de voorlopige sportschutterslicentie kan uitsluitend onder het toezicht en de begeleiding van een door de schietsportfederatie aangestelde lesgever een vergunningsplichtig wapen van de betrokken wapencategorie hanteren. De lesgever is meerderjarig en is houder van een sportschutterslicentie voor de betrokken wapencategorie. Voor de olympische disciplines moet de lesgever bovendien minstens over een diploma van initiator schieten voor de betreffende schietdiscipline beschikken, uitgereikt of erkend door de VTS.

Art. 10. § 1. De sportschutterslicentie is vijf jaar geldig vanaf de afgiftedatum van de sportschutterslicentie voor de wapencategorie die hem het eerst werd toegekend en voor zover hij jaarlijks aan de gemachtigde schietsportfederatie het bewijs levert dat hij aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9, § 2, 3° en 4°, voldoet.

§ 2. Bij hernieuwing van de sportschutterslicentie moet de sportschutter voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 9, § 2, 1° tot en met 7°.

Indien de sportschutter niet langer het sportschieten actief beoefent, doet hij afstand van zijn sportschutterslicentie door ze binnen de drie maanden terug te sturen naar de gemachtigde schietsportfederatie. Als hij de sportschutterslicentie niet terugstuurt, verliest hij het recht op hernieuwing van de sportschutterslicentie indien hij binnen de oorspronkelijke geldigheidsduur van de sportschutterslicentie het sportschieten opnieuw actief wil beoefenen.

Art. 11. § 1. De sportschutterslicentie kan worden geschorst indien de sportschutter de interne reglementen van de schietsportfederatie niet naleeft.

De sportschutterslicentie wordt geschorst indien het recht om een wapen voorhanden te hebben van de sportschutter wordt geschorst overeenkomstig de wapenwet.

§ 2. De sportschutterslicentie en de voorlopige sportschutterslicentie worden ingetrokken :
1° indien de sportschutter niet voldoet aan de bepalingen van dit decreet;
2° indien het recht om een wapen voorhanden te hebben van de sportschutter wordt ingetrokken overeenkomstig de wapenwet;
3° indien de sportschutterslicentie of de voorlopige sportschutterslicentie werd verleend op basis van onjuiste verklaringen;
4° indien de sportschutter daarom verzoekt;
[5° indien een aanvraag voor of de hernieuwing van een vergunning tot het voorhanden hebben van een wapen aan de sportschutter wordt geweigerd om redenen die verband houden met de openbare orde overeenkomstig de wapenwet.]

De voorlopige sportschutterslicentie wordt ook ingetrokken indien het recht om een wapen voorhanden te hebben van de sportschutter wordt geschorst overeenkomstig de wapenwet.
§2 5° toegevoegd door art. 4 decreet van [datum afkondiging]houdende wijziging van het decreet van 11 mei 2007 houdende het statuut van de sportschutter, wat het toepassingsgebied betreft, B.S., [datum publicatie], wijziging met retro actief effect in werking getreden op 4 augustus 2008

§ 3. De sportschutterslicentie kan worden beperkt door een of meer wapencategorieën te schrappen :
1° indien de sportschutter daarom verzoekt;
2° indien de sportschutter niet langer in staat is wapens uit een bepaalde wapencategorie veilig te hanteren.

§ 4. De beslissingen, vermeld in §§ 1, 2 en 3, worden gemotiveerd. Tegen deze beslissingen kan de sportschutter beroep aantekenen. De Vlaamse Regering beslist na advies van de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap over de beroepen ingediend tegen deze beslissingen.

Art. 12. De Vlaamse Regering stelt een model van sportschutterslicentie en van voorlopige sportschutterslicentie vast.

De Vlaamse Regering bepaalt de stavingstukken, de nadere voorwaarden, de procedure tot aanvraag van de sportschutterslicentie en de voorlopige sportschutterslicentie en tot hernieuwing van de sportschutterslicentie. Zij bepaalt tevens de procedure tot schorsing, intrekking en beperking van de sportschutterslicentie en de procedure tot intrekking van de voorlopige sportschutterslicentie, en het beroep hiertegen.


Afdeling 4. - Machtiging van de schietsportfederaties.

Art. 13. § 1. De Vlaamse Regering machtigt één of meerdere schietsportfederaties voor het verlenen, schorsen, intrekken en beperken van de sportschutterslicentie en van de voorlopige sportschutterslicentie. Zij machtigt een of meer schietsportfederaties voor de organisatie van de theoretische en de praktische proeven.

De gemachtigde schietsportfederaties kunnen, op voorwaarde van een voorafgaandelijke goedkeuring van de Vlaamse Regering, hierover overeenkomsten met elkaar afsluiten inzake taakverdeling.

Om voor een machtiging in aanmerking te komen moet de schietsportfederatie :
1° ten minste vierhonderd aangesloten leden hebben die het sportschieten met vergunningsplichtige wapens beoefenen;
2° beschikken over een intern reglement dat de praktische uitwerking van de toepassing van dit decreet en haar uitvoeringsbesluiten regelt. De Vlaamse Regering kan de nadere voorwaarden van dit reglement bepalen.

De Vlaamse Regering kan bepalen dat de gemachtigde schietsportfederaties voor het verlenen van een sportschutterslicentie of een voorlopige sportschutterslicentie en het deelnemen aan de theoretische en praktische proef een vergoeding kunnen aanrekenen. Zij bepaalt hiervoor het maximumbedrag.

§ 2. De machtiging wordt ingetrokken wanneer de schietsportfederatie niet langer erkend is op basis van het decreet van 13 juli 2001 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding of op basis van het decreet van 27 oktober 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur [of niet langer gesubsidieerd wordt op basis van artikel 26 van het decreet van 23 mei 2008 houdende de ontwikkeling, de organisatie en de subsidiëring van het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid].
§2 gewijzigd door art. 5 decreet van [datum afkondiging]houdende wijziging van het decreet van 11 mei 2007 houdende het statuut van de sportschutter, wat het toepassingsgebied betreft, B.S., [datum publicatie], wijziging met retro actief effect in werking getreden op 4 augustus 2008

§ 3. De machtiging kan worden geschorst of ingetrokken wanneer de schietsportfederatie :
1° niet langer voldoet aan de voorwaarden, vermeld in § 1;
2° haar taken overeenkomstig dit decreet niet of niet naar behoren uitoefent;
3° niet meewerkt met de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap wanneer die om inlichtingen verzoeken.

§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure tot machtiging, schorsing en intrekking van de machtiging.

§ 5. De Vlaamse Regering kan bepalen welke statistische gegevens de gemachtigde schietsportfederatie aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap moet bezorgen en de frequentie ervan.


Afdeling 5. - Het sportschuttersboekje.

Art. 14. De sportschutter moet in het bezit zijn van één sportschuttersboekje. Het sportschuttersboekje wordt uitgereikt door de schietsportfederatie waarbij de sportschutter zich aansluit.

Het sportschuttersboekje vermeldt elke schietbeurt van de sportschutter.

Om als actief lid, vermeld in artikel 9, § 2, 3°, te worden beschouwd moet de sportschutter minimaal zes maanden lid zijn van een schietsportfederatie en aan minstens twaalf schietbeurten per jaar, gespreid over minstens twaalf dagen en over minstens twee trimesters, hebben deelgenomen.

De sportschutter, zijn wettelijke vertegenwoordiger en de personen die betrokken zijn bij de registratie van de schietbeurten, hebben de deontologische plicht het sportschuttersboekje correct in te vullen.

De Vlaamse Regering stelt een model van sportschuttersboekje vast en bepaalt de wijze waarop de schietbeurten worden geregistreerd.


HOOFDSTUK IV. - Toezicht en controle.

Art. 15. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap oefenen het toezicht uit op de toepassing van het decreet en de uitvoeringsbesluiten.

De door de Vlaamse Regering al dan niet gemachtigde schietsportfederaties beantwoorden binnen een termijn van tien werkdagen of onmiddellijk bij een bezoek ter plaatse elke vraag om inlichtingen en elk verzoek om stukken voor te leggen vanwege de diensten die bevoegd zijn voor het verlenen van vergunningen overeenkomstig de wapenwet of vanwege de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. Ten behoeve van het toezicht en de controle op de uitoefening van de taken van de gemachtigde schietsportfederaties kunnen de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap ook individuele dossiers van sportschutters inzien.

Art. 16. § 1. De gemachtigde schietsportfederatie deelt onverwijld aan de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de sportschutter het volgende mee :
1° de beslissingen inzake verlening, intrekking, schorsing en beperking van de sportschutterslicentie;
2° de aansluiting van de sportschutter bij een andere gemachtigde schietsportfederatie dan deze die de sportschutterslicentie verleende;
[3° de beslissingen inzake verlening en intrekking van een voorlopige sportschutterslicentie.]

§ 2. [§2. De gouverneur, bevoegd voor de verblijfplaats van de sportschutter, deelt onverwijld aan de betreffende gemachtigde schietsportfederatie het volgende mee:
1° de beslissingen tot schorsing of intrekking van het recht om een wapen voorhanden te hebben overeenkomstig de wapenwet;
2° de beslissingen tot weigering van een vergunning tot het voorhanden hebben van een wapen of van de hernieuwing ervan om redenen die verband houden met de openbare orde, overeenkomstig de wapenwet.]
§1, 3° toegevoegd en §2 gewijzigd door art. 6 decreet van [datum afkondiging]houdende wijziging van het decreet van 11 mei 2007 houdende het statuut van de sportschutter, wat het toepassingsgebied betreft, B.S., [datum publicatie], wijziging met retro actief effect in werking getreden op 4 augustus 2008


HOOFDSTUK V. - Overgangs- en slotbepalingen.

Art. 17. § 1. De sportschutter die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet één jaar ononderbroken lid is van een schietsportfederatie hoeft niet eerst een voorlopige sportschutterslicentie aan te vragen, maar beschikt over een termijn van zes maanden vanaf de inwerkingtreding van dit decreet om de sportschutterslicentie voor een of meer wapencategorieën aan te vragen. De sportschutter moet voldoen aan de voorwaarden van artikel 9, § 2, 1°, 2°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8°.

In afwijking van het eerste lid is de sportschutter, vermeld in het eerste lid, vrijgesteld van de theoretische en de praktische proef voor een bepaalde wapencategorie, vermeld in artikel 9, § 2, 7° en 8°, als die op de datum van de inwerkingtreding van dit decreet overeenkomstig de wapenwet houder is van een geldige vergunning voor het voorhanden hebben van een wapen, behorend tot dezelfde wapencategorie.

In afwijking van het eerste lid is de sportschutter, vermeld in het eerste lid, vrijgesteld van de praktische proef voor een bepaalde wapencategorie, vermeld in artikel 9, § 2, 8°, als die op de datum van de inwerkingtreding van dit decreet voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° langer dan drie jaar ononderbroken lid zijn van een schietsportfederatie;

2° eigenaar zijn van een vuurwapen vermeld op de lijst van de minister van Justitie zoals bepaald in artikel 12 van de wapenwet, behorend tot de betreffende wapencategorie.

§ 2. De sportschutter die onder de voorwaarden, vermeld in § 1, een sportschutterslicentie aanvraagt beschikt over een termijn van twaalf maanden vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit decreet om de eventuele theoretische en praktische proef af te leggen.

Art. 18. In afwijking van artikel 13 worden alle Vlaamse sportfederaties en de organisaties die erkend zijn op basis van het decreet van 13 juli 2001 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding, die een of meer schietdisciplines van het sportschieten aanbieden en minstens vierhonderd aangesloten leden hebben die het sportschieten met vergunningsplichtige wapens beoefenen, beschouwd als een gemachtigde schietsportfederatie voor de organisatie van de theoretische en praktische proef en voor het verlenen, schorsen, intrekken en beperken van de sportschutterslicentie en de voorlopige sportschutterslicentie. Deze afwijking van artikel 13 geldt voor de duur van twaalf maanden vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit decreet.

In afwijking van artikel 13 worden alle organisaties volkscultuur die erkend zijn op basis van het decreet van 27 oktober 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van organisaties volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur die één of meer schietdisciplines van het sportschieten aanbieden en minstens vierhonderd aangesloten leden hebben die het sportschieten met vergunningsplichtige wapens beoefenen, beschouwd als een gemachtigde schietsportfederatie voor de organisatie van de theoretische en praktische proef en voor het verlenen, schorsen, intrekken en beperken van de sportschutterslicentie en de voorlopige sportschutterslicentie. Deze afwijking van artikel 13 geldt voor de duur van twaalf maanden vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit decreet.

Art. 19. De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop dit decreet in werking treedt.

Haut de la page